Zoeken
  • tomdicke

DE MATERIE

Van mijn achtste tot mijn zeventiende had ik pianoles van Marijke Fibbe, via de Toonkunstmuziekschool in Dordrecht. In het kleine lokaal 9 vlak bij de ingang stonden twee piano’s, en daar had ik mijn lessen, heel in het begin samen met een andere jongen, maar algauw alleen. Veel later, vanaf mijn vijftiende, kwam ik ook weleens bij Marijke thuis in Oisterwijk, waar we een uur of langer aan haar vleugel zaten, in de achterkamer. De oude Blüthner lag helemaal overdekt met partituren, en de kamer geurde naar oude sigarettenrook en vergeelde boeken. Daarna gingen we naar voren waar we meestal nog een uur keihard klassieke muziek luisterden op de grote boxen, met thee en chocola erbij. Vaak liet ze me raden van welke componist de muziek was, en zo nu en dan nam ik iets mee wat ik haar wilde laten horen.


Rond diezelfde tijd ontdekte ik dat je bij de bibliotheek in Dordrecht niet alleen boeken kon lenen, maar ook cd’s. Vanaf dat moment nam ik er wekelijks een stuk of vijf mee naar huis, meestal werken van Poulenc en andere Fransen, die verslond ik. Maar algauw leende ik van alles door elkaar, van onduidelijke Amerikaanse rockbandjes (Pass the hat van The Brandos herinner ik me nog) langs Nederlandstalige namen (Hans de Booij, Will Tura - je probeert eens wat) naar “modern klassieke” componisten van wie ik alleen nog maar de naam kende, of zelfs dat niet eens. Zo stuitte ik op Simeon ten Holt, Luigi Nono, Pierre Boulez, Wolfgang Rihm en vele anderen. Ik luisterde overal naar, al had ik wel een berg te overwinnen waar het echt radicale klanken betrof. Zo weet ik nog dat ik voor het eerst een cd van Steve Reich leende. Violin Phase stond erop, na twee minuten zette ik het bijna kwaad af. “Ja zeg, zo gaat het toch zeker niet de hele tijd door?!”. Jawel dus. Octet stond er ook op, daar bleef hij juist aan de goede kant van de lijn vond ik, hoewel ook daar de repetitiviteit erg wennen was. Zo willekeurig dingen lenen scherpte mijn oren en mijn oordeel. Uiteindelijk ben ik juist van deze muziek gaan houden, ook van Violin Phase.


Zo leende ik ook een keer M is for Man, Music, Mozart van Louis Andriessen. Dat was nou echt ondefinieerbare muziek, waar paste dit? Een jazzzangeres, veel saxofoons en koper, heel ritmisch, tonaal maar toch vreemd, soms agressief en hard. Ik kende wel wat muziek van zijn oudere broer Jurriaan, dat was heel anders, traditioneler, tonaal en heel lichtvoetig, bijna Frans. De muziek van Louis had een ander soort aantrekkingskracht op me, het was niet direct ‘mooi’ maar wel sterk, eigen, intrigerend. Gevaarlijk zelfs soms.


Ik nam de cd mee naar Marijke. “Oei, Louis Andriessen”, zei ze, “dat is altijd maar rammen, een beetje hard om het hard”. Misschien citeer ik haar niet helemaal goed, maar ik was verrast, op dat moment ontdekte ik dat we toch verschillende smaken hebben. Marijke houdt vooral van de romantiek en de eerste helft van de twintigste eeuw, daar heb ik ook het meeste uit gespeeld in de tijd dat ik les van haar had. Ik had niet verwacht dat ons oordeel ooit uiteen zou lopen, wat zij goed vond had ik immers ook altijd boeiend gevonden. Ze bleek eigenlijk niet zo van experimentele muziek te houden, en ik stapte juist vol in het ontdekken ervan.


Nu ik halverwege de dertig ben luister ik veel minder naar de echt modern klassieke muziek. Het is trouwens een afgesleten term geworden - kan iets van vijftig jaar oud wel moderne muziek worden genoemd? Toch staan mijn oren er open voor, ik vind iets niet gauw onzin. En de mooie dingen geef ik graag door. Een paar jaar geleden was er een uitvoering van een van Andriessens grootste werken: De Materie. Een compositie in vier delen van elk bijna een half uur, voor een typisch Andriessen-ensemble: buitengewoon veel blazers en slagwerk, een paar strijkers, twee piano’s, synthesizers ook, en strakke stemmen zonder vibrato, alles met microfoons versterkt. Het stuk gaat over hoe de geest de materie beïnvloedt en andersom, elk deel heeft een theatraal element in de vorm van een monoloog of een zangsolo, en elk deel heeft ook z’n eigen sfeer en karakteristieke elementen. De uitvoering was met de oude Reinbert de Leeuw op de bok, ASKO |Schönberg, en onder andere actrice Elsie de Brauw.


Ik ging erheen met een groep studenten van de Koningstheateracademie. Vooraf legde ik kort uit wat ze ongeveer konden verwachten, maar ik hield het open: dit wordt iets bijzonders, stap er maar in, ben benieuwd wat je vindt. Het is beslist geen eenvoudige muziek, met rauwe dissonanten en abstracte melodieën. Sommige dingen duren lang en soms lijkt er weinig te veranderen. Kies op zo’n moment een instrument uit en kijk eens wat die speler aan het doen is, kies een focuspunt. Zelfs als dat niet zo lijkt speelt er zich heel veel af. Na afloop bleek inderdaad dat niet iedereen het mooi gevonden had, maar bijna iedereen vond het wel een fascinerende en opwindende ervaring.


Nu Louis Andriessen vorige maand overleed ben ik opnieuw met zijn werk bezig. Ik luister stukken die ik minder goed ken, en herbeluister bekendere werken met de partituur erbij. Ik blijf ervan leren. Mijn eigen muziek lijkt weliswaar weinig op Louis’ idioom, maar iets van de helderheid, de directheid, en een bewondering voor het schier compromisloze ‘dit is wie ik ben en dus wat ik maak’, dat neem ik mee. Wat ik maak staat eigenlijk tussen zijn werk en de muziek die Marijke zo waardeert in: toegankelijk, warm, en licht van toon, maar met een soort Hollandse scherpte eraan, zonder veel franje. Zo heeft De Materie ook mijn geest weer vormgegeven.


Hier het derde deel uit De Materie, over De Stijl en Piet Mondriaan, met de partituur die live meeloopt.


(geschreven in 2021)


22 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

REMISE

MODEL